Jouw rol als begeleider van gesprekken bij leerlingparticipatie

Als begeleider heb je een belangrijke rol bij gesprekken met kinderen over het meedenken, meedoen en meebeslissen. Bijvoorbeeld in een leerlingenraad of klassenvergadering. Hier lees je hoe je leerlingparticipatie goed voorbereidt en begeleidt.

Voorbereiding

Bedenk vooraf wat het doel van het gesprek is en welke vragen je wilt stellen. Een te open vraag is moeilijk te beantwoorden en kan ideeën opleveren die niet uitvoerbaar. Stel een concrete vraag en vertel ook wat de beperkingen zijn. Vaak zijn er richtlijnen die voor jou als begeleider vanzelfsprekend zijn, maar die je aan kinderen moet uitleggen.

Voorbeeld

Vraag niet 'Wat zouden jullie willen op het schoolplein?' Want dan kan een kind bijvoorbeeld zomaar beginnen over een zwembad. Kader het in, bijvoorbeeld: 'We willen ons schoolplein vernieuwen. We willen dat alle kinderen van de school zelfstandig op het plein kunnen spelen. Het is belangrijk dat het ook voor alle kinderen veilig is om op het plein te spelen.'

Leerdoelen bedenken

Bedenk ook van tevoren wat je wilt dat kinderen leren van het gesprek. Bijvoorbeeld naar elkaar luisteren, elkaar de ruimte geven en die zelf ook nemen. Of een mening vormen, deze verwoorden en compromissen sluiten. Bedenk in de voorbereiding hoe je hierop wil sturen tijdens het gesprek.

Eigen houding

Wees je bewust van je eigen ideeën en standpunten over het onderwerp dat op tafel ligt tijdens het gesprek. Die kunnen het gesprek en de input van de leerlingen namelijk onbewust sturen.

Start van het gesprek

Geef kinderen de ruimte om over te schakelen naar het moment. Vraag bijvoorbeeld hoe ze erbij zitten. Deel ook hoe jij erbij zit en leg uit hoe het gesprek eruit gaat zien. Dan neem je ze mee in wat er gaat gebeuren.

Randvoorwaarden vertellen

Het is belangrijk om leerlingen mee te nemen in de randvoorwaarden van het gesprek. Wat is de aanleiding, het doel en de inhoud van het gesprek? Hoelang duurt het? Zo maak je de kinderen onderdeel van het proces en maak je ze verantwoordelijk voor het proces en het resultaat.

Spelregels opstellen

Bij de start van het gesprek kun je met de leerlingen spelregels opstellen. Vraag wat de kinderen belangrijk vinden en vul zelf aan waar nodig. Het kan helpen om eerst zelf een paar spelregels te noemen. Dan weten leerlingen beter waar ze aan kunnen denken. Bijvoorbeeld:

  • We laten elkaar uitpraten.
  • We nemen elkaar serieus.
  • ...

De spelregels zijn een hulpmiddel om de gesprekken goed te laten verlopen. Als het gesprek niet goed gaat, kun je terugkomen op wat je met elkaar hebt afgesproken. Je kunt ook per bijeenkomst kijken of de spelregels nog gelden, of dat er nieuwe nodig zijn.

Het gesprek

Begin het gesprek met een vraag die makkelijk te beantwoorden is. Dit heet een opwarmer. In het voorbeeld over het speelplein kun je bijvoorbeeld vragen wat de kinderen leuk vinden op het schoolplein. Dit helpt om de denkprocessen te starten en kinderen in de sfeer van brainstormen te krijgen. Vervolgens kun je de centrale vraag stellen en de beperkingen duidelijk benoemen.

 

Tips voor het gesprek

  • Zoek naar de achterliggende behoefte van de ideeën die leerlingen delen. Zeg niet te snel dat iets niet kan, maar vraag door op de ideeën die je hoort. Waarom wil een kind een zwembad op het schoolplein? Misschien voor verkoeling op een warme dag. Vervolgens kunnen jullie daar nieuwe ideeën voor bedenken. Zoals een sproeier. Zo bedenk je samen wat nodig is om te voorzien in de behoefte zonder het idee van de leerling af te schieten.
  • Als leerlingen doorgaan op onrealistische ideeën, kan het helpen om de beperkingen er weer bij te halen. In het voorbeeld van het zwembad kun je zeggen: 'Op het plein moeten alle kinderen veilig kunnen spelen. Kan dat als er een zwembad staat?'
  • Wijs leerlingen zo nodig op de spelregels.
  • Geef de leerlingen tijd om na te denken. Sommige kinderen reageren snel, anderen hebben meer tijd nodig. Een stilte is niet erg.

Zorg dat alle kinderen hun stem kunnen laten horen. Je kunt benoemen dat je steeds dezelfde kinderen hoort en je ook nieuwsgierig bent naar wat de andere kinderen vinden.

Afsluiting

Neem de tijd om het gesprek goed af te sluiten met de leerlingen. Bedank de leerlingen voor hun inbreng, vat samen wat er besproken is en wat de uitkomst is. Laat de leerlingen hierbij helpen, bijvoorbeeld door te vragen of ze nog iets missen in de samenvatting. Vertel hoe het proces verder gaat en wanneer de kinderen een terugkoppeling mogen verwachten.

Daarnaast is het fijn om het gesprek met elkaar te evalueren. Vraag de leerlingen wat ze van het gesprek vonden. Wat ging goed en wat kan beter? Zijn er dingen waar jullie de volgende keer op moeten letten? Dit kan ook op een creatieve, minder talige manier. Op Ambrassade.be

vind je daar inspiratie voor.

Na het gesprek

Het is nu tijd om de input van de leerlingen mee te nemen. De ideeën moeten binnen de school worden opgepakt. Dit is voor elke school en elk proces waarschijnlijk anders. Zorg dat je weet welke vervolgstap jij kunt zetten. Als het gaat over het schoolplein is de schoolleider wellicht je directe aanspreekpunt en heeft de ouderraad ook nog inspraak. Het kan dan even duren voordat er een besluit is genomen, dus informeer kinderen daarover. Het kan ook gebeuren dat het idee wordt afgewezen. Vertel dit aan de kinderen en leg uit waarom. En kijk ook of er leerlingen zijn die het leuk vinden om mee te doen met het uitwerken van het idee.

Foto Petra van Es

Petra van Es

medewerker inhoud