• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Mediaopvoeding

Opvoeddoelen

Hoe en hoeveel opvoeders aan mediabegeleiding doen, hangt altijd samen met wat ouders of verzorgers op dat moment het meest passend voor hun kinderen vinden. Alle opvoeders hebben bepaalde verwachtingen voor hun kinderen, en passen hun mediaopvoeding daarop aan. Zulke verwachtingen houden vooral verband met de effecten die media op kinderen kunnen hebben en daarbij houden opvoeders ook altijd rekening met hoe vaardig kinderen zijn om media te kunnen gebruiken. Tegelijk weten we dat ouders hun kinderen soms ook media laten gebruiken om rust te creëren in huis.

Mediaopvoeding is voor kinderen van belang, omdat het hen helpt bewust om te kunnen gaan met het enorme aanbod van mediaproducten. Mediaopvoeding thuis is belangrijker dan media-educatie of mediawijsheid lessen op school. Als ouders hun kinderen bijvoorbeeld van jongs af aan stimuleren tot lezen, draagt dat ertoe bij dat kinderen meer plezier krijgen in lezen, dat ze betere lezers worden en beter in staat zijn om nieuwe informatie te verwerven. Goed kunnen lezen helpt om beter te kunnen leren. Verder draagt selectief kiezen voor bepaalde tv-programma's, films of games en een gerichte interesse van de opvoeder voor wat kinderen op internet doen, er toe bij dat kinderen meer positieve invloeden van de media ondervinden. Kinderen leren daardoor ook meer van de media waarmee ze zich vermaken.

Opvattingen over effecten van de media

De ideeën die opvoeders hebben over de risico's en kansen van media zijn belangrijke voorspellers voor de mate van hun begeleiding (Nikken 2012):

  • Opvoeders die zich zorgen maken over de risico's van de media zijn in het algemeen geneigd om meer aan mediaopvoeding te doen. Zij treden vooral restrictief op en nemen meer voorzorgsmaatregelen. Daarnaast praten bezorgde ouders ook vaker met hun kinderen over tv-programma's, games en websites. Zij wijzen vaker op wat er goed of slecht is, wat risico’s voor de kinderen kunnen zijn en geven vaker uitleg bij de media.
  • Ouders of verzorgers met een meer positieve kijk op de media zijn in het algemeen geneigd om vaker samen met de kinderen te kijken, te lezen of gamen, of te internetten, vooral vanwege de ontspanning en het vermaak. Positief ingestelde opvoeders praten ook vaker met hun kinderen over de media, waarbij ze dan nadruk leggen op de educatieve mogelijkheden of op hoe kinderen media verstandig kunnen gebruiken.

Mediaopvoeding niet altijd herkenbaar

Onderzoek naar hoe vaak ouders mediaopvoeding toepassen laat meestal zien dat kinderen minder mediaopvoeding ervaren dan ouders zeggen te doen (Nikken 2012). Mogelijk overschatten ouders hun opvoedgedrag of doen zij zich in het onderzoek beter voor. Maar het is ook mogelijk dat ouders beter dan kinderen kunnen inschatten of zij werkelijk aan mediaopvoeding doen. Voor hen is het doel van mediaopvoeding immers wel duidelijk. Voor kinderen, daarentegen, is praten over het gebruik van mobieltjes, televisie, internet, de krant, of games, en het samen kijken, gamen of surfen niet altijd herkenbaar als een bewuste vorm van mediaopvoeding. Regels en afspraken herkennen kinderen doorgaans wel als een doelgerichte vorm van mediaopvoeding, omdat restricties hun gedrag direct beïnvloeden.

Bronnen

  • Nikken, P. (2012) 'On media, children, and parents', Amsterdam, SWP.
Vragen?

Peter Nikken is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.