• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Mediaopvoeding

Effectiviteit mediaopvoeding

Zowel in Nederland als in het buitenland zijn diverse studies uitgevoerd naar mediaopvoeding door ouders. Die studies duiden er op dat mediaopvoeding zinvol is om kinderen bewust en veilig met de media te laten omgaan. Maar tegelijk kunnen we toch nog niet met zekerheid zeggen, welke vorm van mediaopvoeding bij welke kinderen het meest effectief is (Nikken, 2012):

  • maar weinig studies geven inzicht in de oorzakelijke samenhang tussen mediaopvoeding en het mediagedrag van kinderen en jongeren;
  • er is vooral gekeken naar hoe ouders met de risico's van media omgaan. Er is nog weinig bekend over hoe ouders de positieve effecten van de media op hun kinderen kunnen stimuleren;
  • de meeste studies gaan over de begeleiding bij het televisiekijken, nog maar weinig gaan over de begeleiding bij gamen, of het gebruik van tablets, smartphones of de traditionele computer;
  • studies zijn uitgevoerd bij kinderen van verschillende leeftijden, waardoor de uitkomsten niet goed met elkaar vergeleken kunnen worden;
  • de meeste studies rapporteren over ‘gewone’ kinderen in ‘gewone’ gezinnen; er zijn niet zo veel studies die gaan over de begeleiding van kinderen met beperkingen of stoornissen;
  • er zijn weinig goede studies die inzicht geven in de effectiviteit van mediaopvoeding op langere termijn.

Restrictieve begeleiding meestal effectief

Restrictieve begeleiding lijkt in het algemeen effectief bij het tegengaan van mogelijke negatieve effecten van de media. Door duidelijke en consequente afspraken te maken over hoe lang, wanneer en welke media:

  • leren kinderen dat andere bezigheden als slapen, huiswerk maken, spelen, muziek maken en bewegen ook belangrijk zijn, met als gevolg dat de gezondheid en het welbevinden erop vooruit gaat;
  • gaan kinderen accepteren dat niet alle mediaproducties voor hen geschikt zijn;
  • hebben kinderen minder ervaring met vervelende contacten via e-mail, chatsites of ander sociale media;
  • gedragen kinderen zich socialer en minder gewelddadig, zijn ze minder angstig, en minder positief over mediageweld;
  • hebben kinderen minder (vroeg) ervaring met seks en met ongewenste gevolgen als soa’s en tienerzwangerschap.

Tegelijkertijd kan restrictieve begeleiding ook contraproductief zijn, bijvoorbeeld als ouders heel erg strikt zijn, de regels niet consequent hanteren, of als ouders niet over de verboden onderwerpen willen praten:

  • Door te strikte verboden kunnen kinderen meer geïnteresseerd raken in de 'verboden vruchten';
  • Kinderen weghouden van ernstig nieuws of van reclame kan juist angst of de interesse versterken, omdat kinderen ook via andere kanalen erover kunnen horen.

Actieve begeleiding is effectief

De actieve inmenging van ouders met het mediagedrag van hun kinderen, zoals praten over beelden op televisie of internet of in games en daarbij informatie, uitleg en een mening geven, is het meest onderzocht, ook in enkele experimentele studies. De meeste studies wijzen op de positieve uitkomst van actieve begeleiding:

  • kennis, meningen en gevoelens hardop uitspreken helpt kinderen om programma's beter te begrijpen en verwerken, daardoor leren ze meer van educatieve en informatieve producties;
  • kritisch commentaar helpt kinderen om zelf ook kritischer naar televisieprogramma’s, reclames, games of websites te kijken. Daardoor nemen ze bijvoorbeeld gespeeld geweld minder serieus, zijn ze minder angstig bij echt en gespeeld geweld, gaan ze minder zeuren om producten uit de reclame, of gaan ze minder snel akkoord met extreem seksueel gedrag.

Gezamenlijke mediabeleving weinig onderzocht

Samen kijken, internetten en gamen kan, net als samen lezen, niet alleen gezellig zijn, maar vooral bij jongere kinderen ook de volgende voordelen hebben:

  • kinderen voelen zich, bijvoorbeeld bij spannende beelden, meer op hun gemak met een volwassene in de buurt, omdat die geborgenheid, troost of geruststelling bieden;
  • kinderen zijn meer geconcentreerd op de inhoud, als ze gezamenlijk met een volwassene media gebruiken, waardoor ze er meer van kunnen leren;
  • kinderen pikken ook non-verbale communicatiesignalen van hun ouders op bij het interpreteren van de media, bijvoorbeeld als ouders blij of enthousiast zijn bij een leuke spelshow of juist gespannen bij ernstig nieuws;
  • kinderen leren om meer bewuste keuzes te maken voor geschikte, onderhoudende of educatieve mediaproducties;
  • ouders krijgen door samen te kijken, surfen, lezen of gamen een goed beeld van wat hun kinderen in de media tegenkomen en hoe ze daar mee omgaan.

Niet kritisch samen kijken, gamen of surfen op het internet kan echter ook contraproductief zijn. Als kinderen bijvoorbeeld met de ouders meekijken naar een film of serie waar ze eigenlijk nog te jong voor zijn, kunnen ze eerder akkoord gaan met het mediageweld of een ander volwassen thema, vooral als ze dan denken dat hun ouders zo’n thema goedkeuren.

Bronnen

  • Nikken, P. (2012), 'On media, children, and their parents'. Amsterdam SWP publishers.
Vragen?

Peter Nikken is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.