• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Van jeugd naar volwassenheid

Wet- en regelgeving

Jeugd en veiligheid valt uiteen in twee onderdelen:

  • Jeugdbescherming valt onder het Burgerlijk Wetboek.
  • Jeugdwet, jeugdstrafrecht en jeugdreclassering vallen onder het Wetboek van Strafrecht.

Jeugdbescherming

Welke jongeren krijgen te maken met jeugdbescherming en wat zegt de wet hierover?

Om welke jongeren gaat het?

Jongeren die onder toezicht geplaatst worden en jongeren die onder voogdij geplaats worden, hebben te maken met jeugdbescherming.

Wat zegt de wet daarover?

Voor de bescherming van minderjarigen kent het Burgerlijk Wetboek een aantal beschermende maatregelen. Beide maatregelen eindigen van rechtswege bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd.

  • Ondertoezichtstelling of gezinsvoogdij
    De belangrijkste maatregel is de ondertoezichtstelling (OTS) door de kinderrechter. Die een maatregel beoogt de verantwoordelijkheid voor de opvoeding zo veel mogelijk bij de ouders te laten.  Een gecertificeerde instelling voor jeugdhulp voert de OTS, oftewel de gezinsvoogdij, uit. De gezinsvoogd ondersteunt de ouders bij de opvoeding. De ouders moeten de aanwijzingen van de gezinsvoogd opvolgen. De meeste kinderen met een OTS wonen thuis, maar ook uithuisplaatsing is mogelijk. De inbedding van het werk van de gecertificeerde instelling binnen de gemeenten is geregeld in de Jeugdwet. Lees meer over maatregelen van jeugdbescherming en gezinsvoogdij.
  • Voogdij
    De tweede maatregel is de beëindiging van het gezag van ouders. In die gevallen wordt het ouderlijk gezag vervangen door voogdij. De beëindiging van het gezag wordt alleen maar uitgesproken indien de ouders de verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet meer kunnen dragen. De rechter bepaalt dan dat een ander voor bepaalde of onbepaalde tijd het gezag over het kind krijgt. Het gezag wordt meestal uitgevoerd door een gecertificeerde instelling. Deze instelling oefent in dat geval de voogdij over het kind uit. Het kind wordt opgevoed in een pleeggezin of tehuis. De ouders hebben dan officieel niets meer over het kind te zeggen, maar de voogd betrekt hen voor zover mogelijk en informeert hen over het kind. Lees meer over maatregelen van jeugdbescherming en voogdij.

Jeugdstrafrecht en adolescentenstrafrecht

Welke jongeren krijgen te maken met jeugdstrafrecht en jeugdreclassering en wat zegt de wet hierover?

Om welke jongeren gaat het?

Jongeren van 12 tot 18 jaar die een misdrijf of overtreding plegen, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Zij krijgen dan te maken met jeugdstrafrecht, jeugdreclassering of met het adolescentenstrafrecht.

Wat zegt de wet daarover?

De wet maakt onderscheid tussen het jeugdstrafrecht (tot 18 jaar) en het adolescentenstrafrecht. De kern van het adolescentenstrafrecht is dat de rechter aan jongeren en jongvolwassenen die een strafbaar feit plegen op het moment dat ze tussen 16 en 23 jaar oud zijn, meer dan voorheen een passende straf kan opleggen. Dat komt doordat zij zowel volgens het jeugdstrafrecht als volgens het volwassenenstrafrecht berecht kunnen worden.

  • Jeugdstrafrecht
    Onderdeel van het jeugdstrafrecht kan bijvoorbeeld een Halt-straf, taakstraffen, boetes of jeugddetentie zijn. De maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ-maatregel) is geen straf maar een behandelmaatregel, ook wel jeugd-tbs genoemd. De PIJ kan doorlopen tot na het 18e jaar. Een jeugddetentie die is uitgesproken en ten uitvoer gelegd voor het 18e jaar, kan ook doorlopen tot na het 18e jaar. Bij het jeugdstrafrecht staat de pedagogische invalshoek voorop. Bij de strafrechtelijke afdoening wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wenselijkheid van een zo normaal mogelijke ontwikkeling van de jongere en het ombuigen van het strafbare gedrag ter voorkoming van recidive. Onderdeel van het jeugdstrafrecht zijn diverse jeugdreclasseringsmaatregelen. Een uitleg hiervan is te vinden in de webcolleges en diverse factsheets van de VNG.
  • Adolescentenstrafrecht
    Als de aard van het gepleegde delict en de persoonlijkheid van de dader hiertoe aanleiding geven, kan de rechter besluiten om iemand te berechten volgens het 'andere' strafrecht. Een jongere van 16 of 17 jaar kan bijvoorbeeld een ernstig delict hebben gepleegd en zich daarbij dermate 'volwassen'  hebben gedragen, dat het Openbaar Ministerie besluit de jongere te dagvaarden volgens het volwassenenstrafrecht. Het is uiteindelijk de rechter die hierover beslist. In dat geval wordt ook de volwassenen reclassering ingezet voor 18-minners.
    Omgekeerd kan de ontwikkeling van een 18-plusser zodanig zijn, dat het Openbaar ministerie of de rechter vindt dat het jeugdstrafrecht van toepassing moet zijn. In dat geval wordt de reclassering uitgevoerd door de jeugdreclassering en daarmee door de gecertificeerde instelling. Voor de gemeente betekent dit dat de gecertificeerde instelling de beschikking moet hebben over verschillende vormen van jeugdhulp die passend zijn voor deze doelgroep. De gemeente is immers verplicht om het jeugdhulpaanbod dat de gecertificeerde instelling aangewezen acht in het kader van de jeugdreclassering aan te bieden. Dat geldt dus ook voor jeugdhulpaanbod voor 18-plus. Gemeenten moeten hier bij de inkoop rekening mee houden.

Video's over jeugdbescherming

Bekijk ook de video's over de wettelijke verantwoordelijkheden en taken van gemeenten voor jeugdbescherming. De video's zijn gemaakt door Universiteit en Hogeschool Leiden, in opdracht van de VNG.

Vragen?

Linda van Middelkoop is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.