• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Van jeugd naar volwassenheid

Ruimte in wet- en regelgeving: vijf tips

Ruimte in wet- en regelgevingIn het schema Wetgeving voor kinderen en jongeren ziet u welke wetten in Nederland gelden voor jongeren. Maar welke ruimte in wet- en regelgeving is er om jongeren in kwetsbare posities op maat te ondersteunen? Met deze vijf tips kunt u in- en externe schotten doorbreken en samenwerking binnen het sociaal domein stimuleren.

  1. Stel gemeentelijk beleid op voor verlengde jeugdhulp
  2. Zorg voor een integrale inkoop van Wmo-ondersteuning en Jeugdhulp
  3. Zet in op mentorschap en mentoring voor de ondersteuning van jongeren
  4. Pas maatwerk toe voor jongvolwassenen via de Participatiewet
  5. Bied begeleiding vanuit het budget van onderwijs of Participatiewet aan jongeren van 16-17 jaar

1. Stel gemeentelijk beleid op voor verlengde jeugdhulp

In sommige situaties is het voor een jongere die ondersteuning via de Jeugdwet ontvangt wenselijk dat deze ondersteuning ook na zijn of haar 18e verjaardag blijft bestaan.

Een jongere die onder de Jeugdwet valt kan na zijn of haar 18e verjaardag doorstromen via de zogeheten ‘doorloopregeling’. Deze regeling is uit de Wet op de jeugdzorg overgenomen in de Jeugdwet en houdt in dat jongeren onder bepaalde voorwaarden ook na hun 18e bij dezelfde zorgaanbieder zorg mogen ontvangen. Jeugdhulp kan doorlopen tot maximaal het 23e levensjaar, voor zover deze hulp niet onder een ander wettelijk kader valt en mits wordt voldaan aan één van onderstaande drie kenmerken (zie art. 1.1, begripsbepaling ‘’jeugdige’’ lid 3 JW):

  • de jongere krijgt jeugdhulp voor de 18e verjaardag die nog niet is afgerond, of
  • de gemeente heeft vóór de 18e verjaardag jeugdhulp toegekend, of
  • als de jongere voor de 18e verjaardag jeugdhulp heeft gehad en de gemeente binnen een half jaar na afloop daarvan weer nieuwe jeugdhulp toekent.

Deze doorloopregeling is op initiatief van de gemeente ingesteld. Het is aan te raden om hier contractuele en/of werkafspraken
over te maken met de gecontracteerde aanbieders.

2. Zorg voor een integrale inkoop van Wmo-ondersteuning en Jeugdhulp

Integrale inkoop van Wmo-ondersteuning en jeugdhulp helpt bij een doorlopende ondersteuning van kwetsbare jongeren tussen de 16 en 27 jaar.

De behoefte aan ondersteuning stopt niet na de 18e verjaardag van een kwetsbare jongere. Het is in sommige gevallen wenselijk dat een jeugdhulpaanbieder ook na het 18e jaar zorg biedt. Gemeenten kunnen hierop inzetten door integrale inkoop. Verschillende gemeenten laten de grenzen tussen de budgetten voor Jeugd en Wmo langzaam los, omdat goed jeugdbeleid de beste preventie is om te voorkomen dat ondersteuning uit de Wmo nodig is. Ontschotting van budgetten stimuleert zo een integrale visie en benadering.

Een aantal gemeenten onderzoekt met zorgaanbieders de mogelijkheden voor een aanbod van doorlopende zorg, van 16 tot 27 jaar. Een win-winsituatie, omdat de jongere de eigen hulpverlener behoudt als hij of zij 18 jaar wordt en de gemeente een eenvoudiger financieringssysteem ontwikkelt. In aanbestedingskaders betekent dit een oproep aan aanbieders jeugdhulp én Wmo om gezamenlijk zorgtrajecten te ontwikkelen voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar. Vroegtijdige integrale samenwerking is hierbij belangrijk, met name tussen inkoop jeugdhulp en inkoop Wmo.

3. Zet in op mentorschap en mentoring voor de ondersteuning van jongeren

De inzet van mentorschap (via een wettelijke maatregel) of mentoring (op vrijwillige basis) is een manier om doorlopende ondersteuning van kwetsbare jongeren te realiseren.

Wettelijke maatregel mentorschap

Mentorschap is een wettelijke vertegenwoordigingsmaatregel voor mensen die niet zelf hun belangen kunnen behartigen en niemand anders hebben die dat namens hen kan doen. Mentorschap biedt hun vertegenwoordiging en bescherming.

Mentorschap betreft belangenbehartiging en vertegenwoordiging ten behoeve van immaterieel welbevinden. Dit gaat met name over het regelen van en toezien op goede verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. De kantonrechter benoemt een persoon tot mentor, met de taak om iemand te steunen en de bevoegdheid om als vertegenwoordiger op te treden.

Mentorschap Nederland en de Regionale Stichtingen Mentorschap (RSM) hebben een pool van speciaal opgeleide vrijwilligers die deze vorm van mentorschap kunnen uitvoeren.

Gemeenten moeten in hun Wmo-beleidsplan aangeven hoe zij burgers informeren over wie als vertegenwoordiger kunnen
optreden (Wmo 2015, artikel 2.1.2. lid 4 onder g). Mentorschap is een van de mogelijkheden van vertegenwoordiging.

Vrijwillige mentoring via welzijn

De inzet van vrijwillige mentoring via een lokale welzijnsstelling kan ook van toegevoegde waarde zijn in de ondersteuning van kwetsbare jongeren. Mentoring is een laagdrempelige en preventieve manier van ondersteuning via vrijwilligers. In een mentorproject koppelt men vrijwillige mentoren aan jongeren die tijdelijk een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Dit zijn jongeren die vroegtijdig schoolverlaten, op het verkeerde pad terechtkomen of vastlopen op school of in werk. Een mentor biedt hun nieuwe kansen voor de toekomst. Mentoring heeft niet het doel om de problemen van de jongeren op te lossen, maar zorgt er wel voor dat de jongeren de nodige tijd en aandacht krijgen om na te denken over wat zij willen veranderen aan hun situatie.

4. Pas maatwerk toe voor jongvolwassenen via de Participatiewet

Binnen de Participatiewet zijn diverse mogelijkheden om maatwerk te bieden in de financiële ondersteuning van
jongeren bij het toekennen van een bijstandsuitkering.

Vereiste zoekperiode van vier weken

De Participatiewet vereist dat werkzoekenden tot 27 jaar eerst vier weken actief op zoek gaan naar werk of een opleiding, voordat ze bij de gemeente een bijstandsuitkering kunnen aanvragen. Niet alle jongeren in een kwetsbare positie tot 27 jaar kunnen zelfstandig die zoektocht doen. Aan hen mag de gemeente al tijdens die vier weken ondersteuning bieden. Bijvoorbeeld bij een leerwerktraject voor jongeren zonder startkwalificatie (artikel 10f van de Participatiewet) of als jongeren dreigen uit te vallen uit het onderwijs. Ook kan het verstandig zijn om jongeren die uit detentie komen direct te ondersteunen met een bijstandsuitkering. Het college of de gemeenteraad bepaalt of en hoe ze dit willen doen.

Maatwerk bijstandsuitkering op basis van artikel 18 en artikel 52

Gemeenten kunnen maatwerk leveren op basis van artikel 18 van de Participatiewet indien de situatie daarom vraagt, bijvoorbeeld bij jongeren met een beperking of ernstige problemen. De hoogte van de uitkering kan in maatwerksituaties worden verhoogd of verlaagd, op basis van artikel 18 of via de bijzondere bijstand. Het college kan bovendien vanaf de aanvraag, dus nog voor het recht op bijstand is vastgesteld, een voorschot verlenen op
grond van artikel 52 van de Participatiewet. Wordt het recht op bijstand niet gehonoreerd, dan moet dit voorschot worden terugbetaald. Voor meer informatie: wetten.overheid.nl/BWBR0015703/2017-04-01#Hoofdstuk2 (artikel 18). En zie ook: https://www.aanpakjeugdwerkloosheid.nl/actueel/nieuws/2015/9/28/gemeente-mag-jongeren-in-de-4-weken-zoektermijn-al-ondersteunen

Uitzonderingen toepassen kostendelersnorm

De kostendelersnorm betekent dat bij uitkeringsgerechtigden die een woning delen met meer volwassenen, hun bijstandsuitkering daarop wordt aangepast. Hoe meer volwassen personen in het huis wonen, hoe lager hun uitkering. De redenering hierachter is dat meer personen in een woning samen de woonlasten kunnen delen.

De kostendelersnorm kan niet buiten werking gesteld worden. Het is echter wel mogelijk om in individuele situaties uitzonderingen toe te passen of maatwerk te verlenen, bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden die huisvesting bieden aan mensen in een zeer kwetsbare situatie. Dit betreft altijd maatwerk: een gemeente moet goede argumenten hebben voor deze keuze in een individuele situatie. Dit om de keuze bij een eventueel bezwaar en beroep te kunnen verantwoorden. Juridische grondslagen zijn te vinden in artikel 19a en 20 van de Participatiewet. Op dit vlak categoriaal beleid opstellen is niet mogelijk.

5. Bied begeleiding vanuit het budget van onderwijs of Participatiewet aan jongeren van 16-17 jaar

In sommige gevallen is het voor jongeren van 16 of 17 jaar gewenst dat zij begeleiding naar werk krijgen, bijvoorbeeld via re-integratietrajecten of leerwerktrajecten. Deze mogelijkheden zijn in de Jeugdwet beperkt, maar wel aanwezig in de Participatiewet of via onderwijsbudgetten.

Vanuit het budget van de Participatiewet of via onderwijsbudgetten (RMC/vsv-middelen) kan ook aan jongeren onder de 18 jaar begeleiding aangeboden worden. Ook niet-uitkeringsgerechtigden (NUG-gers) kunnen ondersteund worden vanuit dit budget. Het betreft namelijk algemene uitkeringen waardoor gemeenten meer beleidsvrijheid hebben om dit budget in te zetten. Zo zijn er voorbeelden van jongeren van 16-17 jaar die speciale leerwerktrajecten gefinancierd krijgen vanuit het onderwijsbudget (RMC/vsv-middelen), of vanuit het budget van de Participatiewet (artikel 10f onderdeel a van de Participatiewet).

Vragen?

Linda van Middelkoop is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.