• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Van jeugd naar volwassenheid

Jongeren op weg naar volwassenheid

Groep jongerenWie zijn deze jongeren en tegen welke problemen lopen zij aan? Wat maakt deze problematiek nu zo actueel? Deze informatie helpt u binnen uw eigen werkveld het gesprek aan te gaan over hoe u jongeren tussen de 16 en 27 jaar in kwetsbare posities op weg helpt naar zelfstandigheid.

De kwetsbare adolescentiefase

Tussen de 16 en 27 jaar doorlopen jongeren een fase die ook wel adolescentie wordt genoemd. In deze periode verwachten we steeds meer zelfstandigheid en zelfredzaamheid van hen. Ze leren zelf beslissingen te nemen, over geld en hun woonsituatie bijvoorbeeld. In deze levensfase zijn hun lichaam en hersenen nog volop in ontwikkeling en verandert de hormoonhuishouding. De ontwikkeling van de hersenen loopt door tot rond hun 25ste. Pas in de late adolescentie ontwikkelt zich de prefrontale cortex. Dit onderdeel van de hersenen is onder andere verantwoordelijk voor de ‘sociale cognitie’: het begrijpen van jezelf en anderen, zelf-evaluatie en een inschatting kunnen maken van andermans emoties. Bij de meeste mensen ontwikkelt dit deel van de hersenen zich tot ver in de volwassenheid en leren ze omgaan met vragen en emoties.

Bij ongeveer 85 procent van de jongeren verloopt de fase van adolescentie normaal. Volwassen worden gaat gepaard met experimenteren, risico’s nemen, het avontuur opzoeken, fouten maken, vallen en opstaan. Vaak kiezen jongeren voor profijt op de korte termijn. Wat de consequenties op de wat langere termijn zijn, boeit ze niet zo. Met wat hulp van ouders en vrienden slagen de meeste jongeren erin om zelfstandig en onafhankelijk te functioneren. De meeste jongeren vinden het leuk om nieuwe dingen te leren en hebben geen moeite met de veranderingen waarmee ze te maken krijgen.

Maar de adolescentiefase kent ook een aantal risico’s. Op de manifestatie van psychische problemen bijvoorbeeld: driekwart van alle psychiatrische stoornissen openbaart zich voor het 25ste levensjaar. Een deel van de jongeren gebruikt alchohol of drugs, of vertoont normafwijkend gedrag. Dat vergroot de kans op psychische en sociaal-maatschappelijke problemen. Door deze risico’s kunnen voor jongeren in kwetsbare posities op een of meer leefgebieden problemen ontstaan of verergeren. De kans daarop is groter op overgangsmomenten, zoals de overgang van minder- naar meerderjarigheid. Van de ene op de andere dag is een jongere voor de wet meerderjarig (sudden adulthood) en krijgt met andere rechten en plichten te maken. Geen enkele jongere is echter op zijn of haar 18e verjaardag geestelijk en lichamelijk volgroeid en in staat volledig onafhankelijk in de maatschappij te functioneren.

Kwetsbare adolescentie, om wie gaat het?

Naar schatting is 15 procent van de jongeren in meer of mindere mate kwetsbaar. Bij hen verloopt de weg naar volwassenheid minder soepel door risico’s die zij onderweg tegenkomen op een of meer leefgebieden. Dat zijn ruim 350.000 jongeren bij wie leren, werken, zelfstandig wonen, sociale relaties of zelfredzaamheid niet vanzelf gaan. Zoals bijvoorbeeld jongeren met een lichte verstandelijke beperking, dak- en thuisloze jongeren, voortijdig schoolverlaters, overbelaste jongeren (met meervoudige persoonlijke en ontwikkelingsproblemen), spookjongeren (jongeren tussen de 18 en 26 jaar die niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen van hun gemeente), vluchtelingen en asielzoekers. Vaak is er overlap tussen deze groepen.

Als een jongere in een kwetsbare positie 18 wordt, valt hij of zij niet meer onder de Jeugdwet en verlaat de beschermde omgeving van school en jeugdhulp. Nu krijgt de jongere te maken met de vraaggerichte Wmo en de meer eisen stellende Participatiewet. En met regelingen en instanties die gericht zijn op volwassenen en een zekere mate van zelfredzaamheid veronderstellen. Een zorgverzekering, woonruimte, werk en andere zaken moeten ineens zelf geregeld worden. Dat gaat bij lang niet iedere jongere goed. Sommige van deze jongeren moeten daarnaast ook keuzes maken over de ondersteuning die ze krijgen. Bijvoorbeeld om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten of te werken aan hun zelfredzaamheid. Niet alle jongeren lopen daar warm voor. Ze zijn ‘zorgmoe’, hebben geen zin meer om naar school te gaan of lopen vast in allerlei ingewikkelde procedures en plichten. Blij met hun nieuw verworven vrijheid, overschatten zij zichzelf en zien het nut van begeleiding niet in.

De rol van gemeenten

Wetgeving en beroepspraktijken sluiten niet goed aan bij de behoeften van jongeren in een kwetsbare positie tijdens hun overgang naar volwassenheid. Voorheen was dat vooral een probleem van professionals uit onderwijs, welzijn, jeugdhulp, zorg, werk en inkomen. Maar sinds de decentralisaties zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor ondersteuning op het gebied van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie. Hierdoor krijgen ze in hun beleid met alle daarmee samenhangende wettelijke regelingen te maken en is de problematiek van deze jongeren ook zichtbaarder geworden.

Dankzij die nieuwe verantwoordelijkheid hebben gemeenten veel meer dan voorheen de mogelijkheid om de problemen van jongeren integraal aan te pakken. Zij kunnen sturen op samenwerking en ontschotting binnen het sociaal domein. Het gaat immers om jongeren bij wie vaak niet alleen de nodige instanties en hulpverleners betrokken zijn, maar ook verschillende gemeentelijke afdelingen. Gemeenten staan voor de uitdaging ervoor te zorgen dat deze jongeren kunnen rekenen op een sluitende aanpak en geen last hebben van de verschillende wetten, loketten en petten. Sterker nog, gemeenten hebben expliciet de opdracht om jongeren waar nodig integrale dienstverlening te bieden. Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Artikel 2.1.2. vierde lid, onderdeel e) dienen gemeenten in een beleidsplan op te nemen op welke wijze zij de continuïteit van ondersteuning waarborgen aan de jongeren die tot hun 18e onder de Jeugdwet vallen.

De uitdaging: integraal en toekomstgericht

Zowel gemeenten als professionals zijn zich in toenemende mate bewust van het belang om hierin gezamenlijk op te trekken. Samen kunnen ze deze jongeren ondersteunen om naar vermogen te participeren in de maatschappij. Als gemeenten en professionals elkaar weten te vinden en in gesprek gaan, kunnen zij op basis van de wettelijke kaders een integrale en toekomstgerichte aanpak opzetten.

Vragen?

Linda van Middelkoop is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.