• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Transformatie jeugdhulp

Ontwikkelingen en uitdagingen

In 2015, het eerste jaar van het nieuwe jeugdstelsel richtten gemeenten zich vooral op de organisatorische zaken, ofwel de transitie: hoe zorgen we dat kinderen en jongeren die al zorg hebben deze behouden? Hoe vindt de contractering van jeugdhulpaanbieders plaats? Hoe stuur je als gemeente op kwaliteit en resultaat van aanbieders? Hoe organiseer je het factureringsproces?

Positieve ontwikkelingen

Na deze transitie is de basis van de jeugdhulp gelegd. De zorgcontinuïteit van jongeren is gerealiseerd. De transitie heeft niet gezorgd voor grote ongelukken en in het aanbod vielen geen grote gaten. Meer cliënten weten de toegang tot hulp te vinden en deze toegang verbetert steeds meer. Ook is er commitment bij alle partijen wat betreft de transformatiedoelen.
Anderhalf jaar na invoering van de Jeugdwet worden de vernieuwingen in de jeugdhulp goed zichtbaar:

  • Steeds meer scholen zetten jeugdhulpverleners in om leerlingen binnen boord te houden die anders de school moeten verlaten. Zoals bij Ronde Venen, de Regenboog en Zuidholland.
  • Meer gemeenten schakelen praktijkondersteuners jeugd-ggz in, de zogenaamde PraktijkOndersteuner Huisartsenzorg voor Jeugd-ggz (POH-JGGZ). In samenwerking met de huisarts helpen zij passende hulp te bieden en verwijzen indien nodig door naar jeugd-ggz. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Leeuwarden, Dronten en Stichtse Vecht.
  • Jeugdteams en sociale teams zijn steeds deskundiger. Ze plegen vaker zelf korte interventies en verwijzen beter door naar specialistische zorg. Voorbeelden zijn het jeugdteam Montfoort en de jeugdteams Zuid-Holland Zuid. jeugdteam-montfoort.nl, jeugdteamsZHZ.nl).
  • Steeds meer gemeenten zijn ervan doordrongen dat veel problemen beginnen met slechte huisvesting, schulden en het ontbreken van werk. Zij pakken dat vaker integraal aan, zoals in Kampen en Rotterdam.
  • Gemeenten richten vaker laagdrempelige locaties in waar jongeren ter plekke terecht kunnen met al hun vragen en waar professionals ze niet van het kastje naar de muur sturen. Zoals in Nieuw Pancrat in Leiden en in de toekomst bij het gezondheidscentrum in Putten.

Uitdagingen

Tijdens het transformeren, zijn er een aantal uitdagingen:

  • Hoe blijven de administratieve lasten bij aanbieders beperkt als zij te maken hebben met meerdere gemeenten? Er zijn zorgen over de rechtsgelijkheid en privacy van de cliënten.
  • De aansluiting tussen vrijwillig en gedwongen kader is nog niet optimaal.
  • De pedagogische vaardigheden van professionals in de basisvoorzieningen moeten versterkt worden. Zo ondersteunen professionals kinderen en jongeren beter in de aanpak van alledaagse problemen.
  • Professionals horen jongeren eerder te helpen, voordat grote problemen ontstaan. Daarom moeten er meer sterke vrij toegankelijke voorzieningen zoals het wijkteam en CJG komen. De professionals bij deze vrij toegankelijke voorzieningen, ondersteunen en versterken de professionals in de pedagogische civil society.
  • Er is behoefte aan een meer gedeelde sturingsvisie en betere sturing op kwaliteit. Gemeenten en aanbieders behoren te komen tot een partnerschap. Daarvoor formuleren zij gezamenlijk hun ambities en concrete maatschappelijke resultaten. Het Kwaliteitsmodel Jeugd van het Nji ondersteunt gemeenten hierbij.
  • Meer samenhang in de zorg helpt de kwaliteit te verbeteren. Dit vraagt om de volgende aandachtspunten:
    • Hoe verbeter je de samenwerking tussen professionals?
    • Hoe organiseer je zorg dichtbij het kind en zijn sociale omgeving?
    • Werken met één gezin, één plan, één regisseur en zo weinig mogelijk hulpverleners die zo integraal mogelijk werken.
    • Samen kijken naar wat er nodig is in plaats van te denken vanuit het aanbod.
    • Meer integrale bekostiging van jeugdhulpinstellingen. Een aanbieder zorgt voor het totaalpakket aan hulp van een kind/jongere en schakelt daarvoor indien nodig anderen in.
    • De samenwerking tussen professionals is nog niet optimaal. Dit levert knelpunten op bij de overgang naar volwassen zorg, maar ook bij de samenwerking met het onderwijs. Het is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk of een kind problemen heeft met leren of het juist jeugdzorg nodig heeft. Daarnaast is het goed om in de gaten te houden hoe de samenwerking met huisartsen verloopt. Huisartsen verwijzen vaak door naar jeugd-ggz, maar de gemeente betaalt.
  • De samenwerking tussen gemeenten is nog niet optimaal. Niet alleen samenwerking tussen professionals is van belang maar ook de samenwerking tussen gemeenten. Gemeenten hebben in 2014 42 samenwerkingsverbanden voor de jeugdzorg ingericht. Bekijk hier de jeugdzorgregio's op een landkaart. Deze samenwerking staat ter discussie door het afbrokkelen van onderlinge solidariteit. Dit heeft met name effect op (boven)regionaal werkende zorgorganisaties. Daar waar minder regionale afstemming tussen gemeenten plaatsvindt over bijvoorbeeld de werkwijze van wijkteams en administratieve processen, leidt dat tot grotere overhead bij zorgorganisaties. Daarnaast zijn veel gemeenten terughoudend in het afsluiten van meerjarige contracten, waardoor jeugdhulpaanbieders minder mogelijkheden hebben om te innoveren. Gemeenten moeten in samenwerking met hun regio zorgen dat essentiële, specialistische hulp beschikbaar blijft voor de jongeren die dat nodig hebben.
Vragen?

Gert van den Berg is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.