• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Transformatie jeugdhulp

Definitie

Het stelsel van de jeugdzorg vóór de Jeugdwet was versnipperd en verkokerd  in uiteenlopende sectoren, financiers, en wettelijke kaders. Provincies waren verantwoordelijk voor de jeugdzorg, het rijk voor kinderen met een beperking en zorgverzekeringen voor de jeugd-ggz. Ouders en jongeren deden steeds vaker een beroep op de jeugdzorg, jeugd-ggz en Awbz. Daardoor stegen de kosten de afgelopen decennia enorm.

Waarom transformeren?

De versnippering, financiële onbeheersbaarheid en daardoor de gebrekkige werking van het zorgstelsel gaf aanleiding tot de transitie en transformatie die vorm heeft gekregen in de Jeugdwet. Het doel van het nieuwe stelsel is om het jeugdbeleid en de voorzieningen efficiënter en effectiever te maken. Het uiteindelijke doel is het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van zijn gezin en sociale omgeving. De Jeugdwet  maakt gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. Dat is inclusief specialistische hulp zoals jeugd-ggz, jeugd-vb en gesloten jeugdhulp en kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De overgang van de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid naar gemeenten wordt de transitie genoemd. Transformatie is gericht op de inhoudelijke vernieuwing, het gedrag en de cultuur.

Transformatiedoelen

Om dit te bereiken, zijn er transformatiedoelen opgesteld. Het Nederlands jeugdinstituut ondersteunt gemeenten, onderwijs en jeugdhulpaanbieders bij het werken aan de transformatiedoelen:

  • Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jongeren en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. Lees ook meer in het dossier Van jeugd naar volwassenheid.
  • Demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.
  • Eerder de juiste hulp op maat bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen.
  • Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in hulp aan jongeren. Lees ook meer in het dossier Van jeugd naar volwassenheid.
  • Meer ruimte voor professionals door vermindering van regeldruk.

Jeugdstelsel

Het jeugdstelsel bestaat uit vier soorten voorzieningen:

  • Pedagogische civil society. Hieronder vallen onder andere kinderopvang, regulier onderwijs, sportvoorzieningen en stageplaatsen voor jongeren. Deze leveren een belangrijke bijdrage aan het gewoon opvoeden en opgroeien van jongeren. De professionals en vrijwilligers waar de jongeren mee te maken krijgen zijn belangrijke medeopvoeders. Hieronder vallen ook landelijke voorlichtings- en bewustwordingscampagnes zoals van postbus 51 of programma’s zoals 'de Vreedzame school'. Lees meer over het versterken van de pedagogische civil society
  • Vrij toegankelijke hulp of basisvoorzieningen. Zorg die toegankelijk is zonder de toestemming (beschikking) van de gemeente. Hieronder vallen de signalerings-, advies- en ondersteuningstaken van de jeugdgezondheidszorg, het wijkteam, het CJG en de huisartsen. In deze categorie hulp wordt lichte, vroegtijdige en vrij-toegankelijke hulp en ondersteuning geboden thuis, in de wijk of op school. Vanuit deze hulp wordt eventueel doorverwezen naar de specialistische hulp. Een bijzondere vrij toegankelijke voorziening is Veilig Thuis, het advies- en meldpunt over kindermishandeling en huiselijk geweld.
  • Preventieve voorzieningen. Dit gaat om gerichte preventieve maatregelen. Bijvoorbeeld een ouder die bij het consultatiebureau komt met een peuter die niet wil luisteren en die wordt doorverwezen naar een peutercursus zoals 'Peutermanieren'. Ook een gerichte inzet van vve voor kinderen met een potentiele achterstand valt hier onder.
  • Intensieve of specialistische hulp. De intensieve hulp is niet vrij-toegankelijk; er is een beschikking nodig om deze te krijgen.

De meeste vormen van preventie, vrij toegankelijke hulp en specialistische hulp worden thuis, in de wijk of op school aangeboden. De aanbieders worden gestimuleerd zo dicht mogelijk bij de jongere hulp te bieden. Belangrijke samenwerkingspartners van de gemeente zijn het onderwijs, de jeugdgezondheidszorg en huisartsen. Zij vallen niet onder de Jeugdwet. Voor gemeenten is het cruciaal om de jeugdhulp samen en integraal met deze partners vorm te geven. Ook is het belangrijk dat de gemeentelijke afdelingen binnen het sociaal domein met elkaar samenwerken, omdat de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet veel raakvlakken met elkaar hebben.

Vragen?

Gert van den Berg is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.