• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Radicalisering

Signalen van radicalisering herkennen

In de factsheet 'Herkenning en duiding van radicalisering' geeft het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een overzicht van signalen van radicalisering en bedreigende factoren die radicalisering kunnen stimuleren.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie geeft informatie over signalen en uitingsvormen van radicalisme. Ook geeft het advies bij zorgen over mogelijke radicalisering van een jongere. Meer informatie op de website 'Polarisatie en Radicalisering' van het ministerie.

Radicaliseringsproces

Radicalisering is een proces dat niet volgens een vast stramien verloopt. In het radicaliseringsproces onderscheiden we drie groepen in verschillende fasen van radicalisering. We spreken dan over: weerbaren, kwetsbaren of beïnvloedbaren en mensen die aan het radicaliseren zijn.

De publicatie Triggerfactoren in het Radicaliseringsproces geeft betrokkenen bij het lokale preventieve anti-radicaliseringsbeleid inzicht en structuur in de factoren die een rol spelen bij radicalisering. Het is de eerste grote systematische literatuurstudie die is gedaan naar alles wat over triggerfactoren  (doorslaggevende gebeurtenissen in het radicaliseringsproces) bekend is in nationaal en internationaal onderzoek. Uit de studie blijkt dat nooit één enkele factor – zoals bijvoorbeeld problemen thuis of discriminatie – ervoor zorgt dat iemand radicaliseert.

Zie ook Triggerfactoren

Vraag en aanbod

Het vraag-en-aanbodmodel van Mellis beschrijft welke factoren van invloed zijn op het radicaliseringsproces. Aan de vraagzijde gaat een jongere op zoek naar zijn of haar identiteit. Jongeren worstelen met lastige levensvragen: wie ben ik? Bij welke groep hoor ik of wil ik horen? Wat moet ik doen om ergens bij te horen? Het zoeken naar eigen identiteit en een passend sociaal groepsverband maakt jongeren relatief vatbaarder voor radicale ideeën dan volwassenen. In contact met familie, vrienden en school worden deze vragen beantwoord. Hierdoor vindt identiteitsvorming plaats. Aan de aanbodzijde vormen idealen en ideologieën antwoorden voor de identiteitsvorming. Hier kunnen ook radicale ideologieën tussen zitten.

In onderzoek naar de ontwikkeling van religieuze identiteit door moslimjongeren benadrukken jongeren dat zij zelf van grote invloed zijn op de keuzes die zij gemaakt hebben. Opvallend is dat de jongeren weliswaar door hun ouders gevormd worden, maar dat hun religieuze identiteit eerder beïnvloed wordt door religieuze leiders en docenten.

Qua ontwikkeling en rijping van de hersenen en de ontwikkeling van sociaal-emotionele functies zijn jongeren nog niet volgroeid. Een nog beperkte impulscontrole, gekoppeld aan het streven naar directe behoeftebevrediging en een gering relativeringsvermogen, maakt jongeren gevoeliger voor risicovol of extreem gedrag.

Push en pull

Het radicaliseringsproces is een combinatie van 'pushfactoren' en 'pullfactoren'. De pushfactoren bestaan uit ongunstige sociale omstandigheden waarin een jongere verkeert: discriminatie, sociale uitsluiting, vernedering, onrecht, kansarm/kansloos op arbeidsmarkt, etc. Dit kunnen echte of vermeende omstandigheden zijn; belangrijk is hoe een jongere de omstandigheden ervaart. Andere pushfactoren liggen bij de jongere zelf, bijvoorbeeld psychische problematiek, of een lichte sociale of cognitieve beperking, waardoor een jongere eerder gevoelens van uitsluiting en onrecht ervaart. Samen vormen deze pushfactoren een potentiële voedingsbodem voor radicalisering.

Pullfactoren bestaan uit de aanwezigheid en het aanbod van radicale ideologieën, zowel online als offline. Online kan het gaan om propagandamateriaal van radicale groeperingen, waarbij vaak een sterk beroep wordt gedaan op moslims om in verzet te komen tegen het onrecht dat hun wordt aangedaan door ongelovigen. Offline kan het gaan om een groep jongeren in de buurt die aan het radicaliseren is, imams in de moskee die radicale standpunten innemen of verhalen over jongeren die vertrekken naar Syrië.

Bronnen

  • Zannoni, M., Varst, L. van den, Bervoets, E., et al. (2009). De rol van eerstelijnswerkers bij het tegengaan van polarisatie en radicalisering. Den Haag: COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement.
  • Mellis, C. (2007). 'Amsterdam and radicalization. The municipal approach. In: NCTB, Radicalisation in broader perspective. Den Haag: NCTB.
  • Vissers-Vogel, E. (2015). Religious identity development of orthoprax Muslim adolescents in the Netherlands. Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Jolles, J. (2011). Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie. Amsterdam/Maastricht: Neuropsych Publishers.  
Vragen?

Gert van den Berg is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.