• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Monitoring

Jeugdgezondheidszorg

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in 2010 een nieuwe basisset indicatoren voor de publieke gezondheidszorg opgesteld. Daarin zijn twee soorten indicatoren opgenomen specifiek voor de jeugdgezondheidszorg.

Indicatoren gericht op volksgezondheidstoestand van de jeugd

De volgende indicatoren zijn gericht op inzicht in de volksgezondheidstoestand van de jeugd tot en met 18 jaar:

  • Percentage 3 tot 9-jarigen met overgewicht.
  • Percentage 10-jarigen met overgewicht.
  • Percentage 12- tot 19-jarige jongeren dat rookt.
  • Percentage 12- tot 19-jarige jongeren dat alcohol heeft gebruikt.
  • Percentage 'binge'-drinkers.
  • Percentage kinderen met een verhoogde score op de SDQ (screeningslijst Strenghts and Difficulties Questionnaire).

Belangrijk is hierbij te melden dat dit feitelijk indicatoren zijn voor de 'staat van de jeugd' en nog geen indicatoren voor de kwaliteit van de diensten van de jeugdgezondheidszorg.

Indicatoren gericht op diensten van jeugdgezondheidszorg

Wat betreft de indicatoren voor de diensten van de jeugdgezondheidszorg heeft de inspectie de volgende procesindicatoren geformuleerd:

  • Vaccinatiegraad BMR (rijksvaccinatieprogramma).
    De indicator geeft inzicht in de vaccinatiegraad voor de bof, mazelen en rode hond (BMR) op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar per GGD-regio.
  • Extra consult in verband met overgewicht.
    De jeugdgezondheidszorg meet op een aantal contactmomenten de lengte en het gewicht van kinderen om te bepalen of sprake is van overgewicht. De jeugdgezondheidszorg moet ten minste één extra consult bieden nadat overgewicht is gesignaleerd. De indicator geeft weer bij welk deel van de risicokinderen een extra consult heeft plaatsgevonden.
  • Bereik jeugdgezondheidszorg.
    De jeugdgezondheidszorg dient kinderen op verschillende momenten te onderzoeken. De indicator geeft inzicht in de mate waarin de jeugdgezondheidszorg in staat is om de kinderen woonachtig in haar werkgebied in beeld te houden.
  • Kindermishandeling.
    De indicator geeft het percentage kinderen waarbij de jeugdgezondheidszorgmedewerker kindermishandeling vermoedt, het percentage kinderen waarbij vervolgens een eerste gesprek met de ouders heeft plaatsgevonden en het percentage waarbij de jeugdgezondheidszorg een actie heeft ondernomen. Ten slotte geeft de indicator inzicht in het percentage kinderen waarbij binnen vier weken na melding of verwijzing een follow-up heeft plaatsgevonden.
  • Psychosociale problemen.
    Deze indicator geeft inzicht in de signaleringsinstrumenten die zijn gebruikt, het percentage kinderen waarbij een signaleringsinstrument is gebruikt en het percentage kinderen dat is verwezen met een indicatie voor psychosociale problemen.
  • Vrouwelijke genitale verminking.
    Vrouwelijke genitale verminking is een specifieke vorm van kindermishandeling. De indicator moet duidelijk maken of organisaties in de jeugdgezondheidszorg weten van de meisjes die een risico lopen op besnijdenis, en of zij besneden zijn.
  • Volgen van de zorg.
    De jeugdgezondheidszorg registreert het aantal kinderen dat zij doorverwijst naar zorg en naar welke instantie dat is.

Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg (NCJ) geeft momenteel uitvoering aan het project 'Jeugd in Beeld' (JIB). Dit heeft als doel de registratie van kindgegevens in het digitale dossier Jeugdgezondheidszorg te ontsluiten voor organisaties binnen de jeugdgezondheidszorg, en in de toekomst ook voor gemeenten en overheid.

Meer informatie

Vragen?

Afke Donker is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.