• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Monitoring

Literatuur

Hier vindt u een selectie van relevante literatuur.

Deze publicatie biedt gemeenten en aanbieders inzicht in de wijze waarop drie indicatoren zijn te operationaliseren, gebaseerd op pilots in vijf regio's. De drie indicatoren zijn uitval van cliënten, tevredenheid van cliënten over het nut en effect van de jeugdhulp en doelrealisatie van de hulp. De publicatie bevat tien tips die helpen bij de realisatie van outcome-sturing van jeugdhulp.

Handleiding

De zorg voor jeugd innoveert zich suf maar boekt als sector te weinig vooruitgang. Initiatieven om de praktijk te verbeteren zijn te versnipperd en veel bestaande kennis wordt weinig gebruikt. Dat betoogt Tom van Yperen bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar 'Monitoring en innovatie zorg voor jeugd' aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Tekst van de oratie

Uitkomsten van een quick scan naar de vraag of gemeenten geholpen zijn met uniforme prestatie-indicatoren om de verschillende jeugdhulpverlenende instellingen te kunnen beoordelen en vergelijken om zo op een verantwoorde wijze inkoop van jeugdhulp te kunnen doen. Cliënttevredenheid, afname of stabilisatie van problemen, en doelrealisatie blijken de belangrijkste prestatie-indicatoren te zijn.

Quick scan

Het hoofddoel van dit proefschrift was om een feedbackmodel voor routine outcome monitoring (ROM) te ontwikkelen voor ambulante kortdurende psychiatrische en psychotherapeutische behandelingen in Nederland. Ook is onderzocht of eigenschappen van behandelaars invloed hebben op de mate waarin behandelaars gebruik maken van de feedback en op de effectiviteit van de feedback.

Proefschrift

In deze notitie schetst van Yperen kort wat de basisprincipes zijn van het werken met prestatie-indicatoren, wie belang heeft bij de indicatoren, welke valkuilen er zijn en hoe deze te vermijden zijn. Een prestatie-indicator wordt gedefinieerd als een meetlat om de kwaliteit van de zorg- of dienstverlening op een aspect zichtbaar te maken. Basisidee daarbij is dat een indicator nooit op zichzelf staat. Ze vormt altijd onderdeel van een werkwijze.

Notitie

In dit rapport is in elk hoofdstuk één van de zes thema's uit de nota Integraal Jeugdbeleid van de provincie Zeeland neergezet aan de hand van de maatschappelijke resultaten en de indicatoren die daar een beeld van geven. Ook is er een koppeling gemaakt met haar beleidsdoelstellingen en met de inspanningen die ze de voorbije jaren heeft geleverd. De rode draad bij de opzet van dit rapport is de RBA (Result Based Accountability). Dit is een van oorsprong Amerikaanse methode van resultaatgericht sturen en verantwoorden, helpt zicht te krijgen op resultaten van beleid. Het is een interactieve methode waarbij op basis van ontwikkelingen in cijfers gekeken wordt naar achtergronden en mogelijke oplossingen, samen met partijen die een bijdrage kunnen leveren in de goede richting. Aan de hand van drie criteria (herkenbaarheid, zeggingskracht en datakwaliteit) worden indicatoren benoemd, die zicht geven op de huidige situatie en ons in staat stellen ontwikkelingen te monitoren.

Rapport

In deze publicatie worden de gemeentelijke uitgaven en prestaties geanalyseerd voor de periode 2004-2009. De uitgaven blijken in die periode met 1,9 procent per jaar zijn gestegen, terwijl de productie van diensten nagenoeg gelijk is gebleven. Gemeenten hebben dus meer geld moeten uitgeven om burgers dezelfde diensten te leveren. Burgers vinden dat de kwaliteit van dienstverlening in het algemeen is toegenomen. Speciale aandacht wordt besteed aan de jeugdzorg, die vanaf 2014 integraal naar de gemeenten gaat. De uitgaven zijn fors gegroeid en er maken ook meer jongeren gebruik van de jeugdzorg. Bij een beperkte beschikbaarheid van de middelen is het voor de gemeenten een uitdaging de jeugdzorg onder controle te houden.

Volledige publicatie

In dit onderzoek is de bruikbaarheid van de CJG indicatoren voor professionals onderzocht. De informatiebehoefte van professionals betreft vooral informatie over de (hulpverlenings-) geschiedenis van de individuele cliënt. De CJG indicatorenset werd echter significant bruikbaarder beoordeeld om op een algemener niveau op het werk te kunnen reflecteren dan op het niveau van de individuele cliënt. Professionals vonden de indicatoren lastig, net als de vraag naar de informatiebehoefte om het werk zo adequaat mogelijk uit te kunnen voeren. Om de CJG indicatoren aan te laten sluiten bij de informatiebehoefte van professionals blijkt nog een slag gemaakt te moeten worden, vooral voor professionals die niet functioneren in een loket in het CJG en / of zich niet bezig houden met beleid. Ook met betrekking tot de hanteerbaarheid van de CJG indicatoren blijkt nog een slag gemaakt te moeten worden. Het is belangrijk om te investeren in bewustwording bij professionals, dat meten en reflecteren op de effecten van het werk een onderdeel is van het werk. Dit betreft niet enkel de individuele cliënt maar ook de bredere context van het CJG (organisatieniveau). Daarin zijn het ontwikkelen van een gezamenlijk gedragen visie, versterking van de CJG identiteit en professionalisering essentieel.

Verslag van een toets van de basisset van indicatoren gemaakt om de effecten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in kaart te brengen. Het gaat daarbij om een gedetailleerde, technische analyse. Geconcludeerd wordt dat het een nuttige basisset is die echter nog verdere ontwikkeling behoeft. De aanbeveling is dan ook een aantal vervolgactiviteiten in gang te zetten, die onder meer moeten zorgen voor een duidelijke definitie van begrippen, een operationalisering van alle voorgestelde indicatoren en het in pilots testen van het werken met de indicatoren in de praktijk.

Volledige publicatie

Prestatie-indicatoren laten zien hoe goed er ten aanzien van bepaalde kwaliteitsaspecten gewerkt wordt. Om goed met prestatie-indicatoren te kunnen werken zijn afspraken nodig over hoe, wanneer en door wie die metingen plaatsvinden. Dit document biedt een raamwerk waarin afspraken over het meten zijn opgetekend. De invoering van prestatie-indicatoren markeert de start van een bijzonder proces. Het genereert cijfers over de kwaliteit van het werk in de jeugdzorg. Die cijfers bieden waardevolle informatie om successen en verbeterpunten te kunnen opsporen. Het is materiaal om van te leren. Tegelijk zijn de cijfers niet los te zien van aanvullende informatie die de verklaring moet bieden van de bevindingen. Alleen die verklaringen maken duidelijk of iets daadwerkelijk als een succes of een verbeterpunt is aan te wijzen. Cijfers die het werken met prestatie-indicatoren oplevert dienen dan ook altijd onderwerp te zijn van nadere beschouwing of - zo men wil - van geëngageerd debat. Dat moet voorkomen dat men blind vaart op getallen die vol zitten met valkuilen. Na een eerste ronde van invoeren van de prestatie-indicatoren is gebleken dat de raamwerkafspraken van april 2009 nog nadere aanscherping nodig had. Dit heeft geresulteerd in deze tweede uitgave in oktober 2010.

Raamwerkafspraken prestatie-

Van Yperen behandelt de resultaten van de hulp in het primaire proces. Hij stelt dat dit een cruciale toetssteen is om al dan niet van geslaagde hulp te spreken. Het meten van die resultaten is dan ook een belangrijk onderdeel van de kwaliteitsbepaling van de hulp. Er zijn ook valkuilen. Hij geeft tips om daar mee om te gaan.

Bijsluiter

De auteur stelt dat prestatiemeting een inhoudsvolle en vertrouwensvolle activiteit kan zijn, waar zowel een bestuurder als een professional baat bij kan hebben

Vragen?

Afke Donker is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.