• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Effectieve jeugdhulp

Werken aan effectiviteit

Willen organisaties effectieve hulp bieden, dan is het belangrijk dat zij weten wat werkt én doen wat werkt. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze interventies gebruiken waarvan ze weten dat die effectief zijn. Veel interventies die in de praktijk worden gebruikt, zijn niet zonder meer aan te duiden als 'bewezen effectief'. Dat betekent nog niet dat de kwaliteit van die interventies slecht is; het bewijs voor de effectiviteit ontbreekt echter.

De effectladder

Tom van Yperen en Jan Willem Veerman hebben in 2008 een kader opgesteld waarin de effectiviteit van interventies is ingedeeld in een aantal niveaus. Zij stellen voor het begrip 'effectiviteit' en het effectonderzoek te koppelen aan het ontwikkelingsstadium waarin een interventie verkeert. Daarvoor hebben zij de zogenaamde 'effectladder' ontwikkeld.

Trede 0: werken met impliciete kennis

Op niveau 0 van de effectladder is er sprake van een interventie die 'in de hoofden' van de uitvoerders zit. De praktijkwerkers ondersteunen bijvoorbeeld ouders op een volgens hen methodische manier, maar wat ze precies doen en waarom dat zou werken is voor anderen niet duidelijk op papier gezet. Dit kan een bijzonder effectieve interventie zijn, maar de werkwijze en resultaten zijn voor buitenstaanders niet duidelijk. Dat hindert ook de overdraagbaarheid van de interventie aan vakgenoten.

Trede 1: goed beschreven interventies

Op niveau 1 van de effectladder staat de interventie op papier. De aandacht gaat vooral uit naar het doel van de interventie, de doelgroep, de aanpak en de randvoorwaarden voor de uitvoering. Door deze explicitering is de werkwijze van de interventie te begrijpen en de aanpak gemakkelijker overdraagbaar.

Trede 2: goed onderbouwde interventies

Het formuleren van een goede interventietheorie maakt een interventie in theorie effectief. Op niveau 2 van de effectladder gaat het om een aannemelijk verhaal dat de interventie kan werken. Als daarbij gerefereerd wordt aan algemeen aanvaarde en met onderzoek ondersteunde theorieën komt de interventie nog sterker te staan. Interventies in de databank Effectieve Jeugdinterventies op deze website voldoen minstens aan dit niveau.

Trede 3: doeltreffende interventies

Het meten vormt de kern van niveau 3 van de effectladder: er zijn cijfers beschikbaar die laten zien dat de doelgroep wordt bereikt, dat de doelen van de interventie worden gerealiseerd, dat er weinig cliënten zijn die voortijdig afhaken, dat de cliënten tevreden zijn. Deze gegevens leveren de eerste indicaties op voor de effectiviteit van de interventie.

Trede 4: bewezen effectieve interventies

Interventies die voldoende causale bewijskracht hebben zijn 'bewezen effectief' te noemen: de gemeten verbetering is toe te schrijven aan de gebruikte interventie. Op niveau 4 van de effectladder is er sprake van een goed omschreven, theoretisch onderbouwde en in de praktijk getoetste aanpak, waarbij bovendien is aangetoond dat de interventie beter is dan 'geen interventie' of 'een andere interventie'. Daarvoor is een vergelijking nodig met een groep die geen hulp heeft ontvangen en een groep die de interventie niet gekregen heeft maar wel een ander aanbod.

Effectladder en erkenning

Niveau effectladder Erkenning
4. Is de interventie werkzaam?

Effectief volgens goede/sterke aanwijzingen afhankelijk van:

  • Kwaliteit onderzoek
  • Follow-up
  • In praktijk uitgevoerd
  • Aantal studies
3. Is de interventie doeltreffend?

Effectief volgens eerste aanwijzingen

2. Is de interventie in theorie effectief?

Goed onderbouwd

1. Is de interventie goed beschreven?
0. Is de interventie impliciet (black box)?  

Van effectief in de praktijk naar bewezen effectief

Voor interventies die in de praktijk gebruikt worden maar die niet of nauwelijks geëxpliciteerd, onderbouwd en effectief gebleken zijn, betekent de effectladder een opeenvolging van stappen die ondernomen kunnen worden om de interventie tot een bewezen effectieve status te brengen. Veerman en Van Yperen hebben handreikingen geformuleerd om van het ene naar het andere niveau te komen. In veel praktijkorganisaties is de effectladder het kader geworden om methodiekontwikkeling en verschillende soorten effectonderzoek in een gefaseerd proces te laten verlopen. Een praktische gids voor het werken met deze effectladder en een toelichting op de verschillende soorten onderzoek zijn te vinden in de publicatie 55 vragen over effectiviteit en in het handboek Zicht op Effectiviteit.

Kosteneffectiviteit

Instellingen kunnen niet volstaan met het verbeteren van het effect van hun interventies. Het is ook hun verantwoordelijkheid om te streven naar de beste zorg tegen de laagste kosten. Daarvoor is inzicht nodig in de kosteneffectiviteit van hun interventies.

Vragen?

Germie van den Berg is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.