• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Wat werkt?

Wat werkt bij onderwijsachterstanden?

Als kinderen eenmaal een onderwijsachterstand hebben, is het moeilijk om die in te lopen. Het is cruciaal onderwijsachterstanden op jonge leeftijd in de voorschoolse periode te voorkomen. De programma’s die daarvoor bedoeld zijn, worden onderverdeeld in gezinsgerichte programma’s en centrumgerichte programma’s. Om onderwijsachterstanden bij oudere kinderen terug te dringen, bestaan programma's als de verlengde schooldag, schakelklassen, naschoolse opvang en vakantiekampen.

Gezinsgerichte programma’s

Gezinsgerichte programma’s worden uitgevoerd binnen het gezin. In deze programma’s wordt geprobeerd de houding en het gedrag van de ouders te veranderen en daarmee de ontwikkeling van het kind positief te beïnvloeden. Uit internationaal onderzoek naar gezinsgerichte programma’s blijkt dat de effecten op de cognitieve ontwikkeling van kinderen bescheiden zijn. Bovendien zijn ze kleiner dan de effecten van centrumgerichte programma’s. Niettemin blijkt uit onderzoek naar de Nederlandse gezinsgerichte programma’s Opstap, Instapje en Overstap dat ze wel degelijk een aantal positieve effecten op de ontwikkeling en het schoolsucces hebben.

Centrumgerichte programma’s

Een centrale rol in het voorkomen van onderwijsachterstanden spelen peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, voorscholen en de onderbouw van de basisscholen. Hier worden de zogenaamde centrumgerichte programma’s - ook wel vve-programma’s genoemd - uitgevoerd. Centrumgerichte programma’s kunnen op de korte termijn vooral positieve effecten hebben op de cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling van kinderen. Effecten op het sociaal-emotionele domein zijn veel minder vaak aangetoond. Welke effecten centrumgerichte programma’s op de lange termijn hebben, is niet zo duidelijk. Volgens sommige overzichtsstudies is er sprake van een 'uitdoving' van de positieve effecten, terwijl andere juist een behoud van effecten op de lange termijn laten zien. De effecten van centrumgerichte programma's blijken samen te hangen met de manier waarop ze worden uitgevoerd.

Algemeen werkzame ingrediënten zijn:

  • regelmatige evaluatie met observatie- en toetsingsmethoden;
  • opstellen en evalueren van beleidsplannen;
  • professionaliteit van de uitvoerders, algemeen en programmaspecifiek;
  • algemene schoolkenmerken: slagvaardige schoolleiding, consensus binnen het team over uitgangspunten en doelen, nascholingsplannen voor de uitvoerders en hoge verwachtingen ten aanzien van de leerlingen.

Specifieke werkzame ingrediënten zijn:

  • een adequate pedagogisch-didactische benadering;
  • gerichtheid op meerdere ontwikkelingsdomeinen;
  • intensiteit van minimaal drie - liever vier - dagdelen per week;
  • doorgaande lijn van voor- naar vroegschoolse periode;
  • kleine groepen en dubbele bezetting (een gunstige kind-stafratio);
  • ouderbetrokkenheid.

In Nederland zijn diverse centrumgerichte programma’s beschikbaar. Naar een aantal daarvan is effectiviteitsonderzoek gedaan. De programma’s Piramide en Kaleidoscoop hebben allebei een positief effect op de cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling. Van het programma Startblokken en Basisontwikkeling zijn nog geen effecten op de cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling aangetoond, maar zijn wel positieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden.

Combinatieprogramma’s

Veel auteurs pleiten voor combinatieprogramma’s waarin uitvoering in een centrum wordt gecombineerd met aandacht voor de thuissituatie en activiteiten die ouders met kinderen kunnen uitvoeren. Deze combinatieprogramma’s blijken effectiever dan gezinsgerichte programma’s. Ondersteuning van gezinnen wordt vaak gezien als belangrijk voor het behouden van effecten op de langere termijn en als bescherming tegen bijvoorbeeld kindermishandeling en verwaarlozing, psychosociale problemen en criminaliteit op latere leeftijd.

Activiteiten op latere leeftijd

Oudere kinderen met onderwijsachterstanden kunnen baat hebben bij programma’s voor verlengde schooldag, naschoolse opvang en vakantiekampen. Zulke programma’s kunnen bescheiden effecten hebben op de schoolprestaties van risicoleerlingen. Een ander voorbeeld van een interventie op latere leeftijd is plaatsing in een schakelklas. Schakelklassen zijn bedoeld voor leerlingen met een grote taalachterstand. Effectonderzoek liet positieve resultaten zien, want de meeste schakelklaskinderen waren vooruitgegaan in taal en lezen.

Meer informatie

Een overzicht van onderzoek naar het effect van verschillende programma's gericht op het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden is te vinden in:
Wat werkt bij het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden?

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.