• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Pesten

Instrumenten

Voor het meten van pesten bestaan drie typen instrumenten:

  • voor zelfrapportage;
  • 'peer' nominatie (aanwijzing door groepsgenoten);
  • en rapportage door leerkrachten.

Nederlandstalige instrumenten zijn er echter niet. En ook in het buitenland zijn er nauwelijks specifieke instrumenten om na te gaan of een kind pest of gepest wordt (Griffin & Gross, 2004).

Zelfrapportage

Voorbeelden van zelfrapportage instrumenten zijn:

  • Peer Relations Questionnaire (PRQ; Rigby & Slee, 1993);
  • Peer Relations Assessment Questionnaire (PRAQ; Rigby, 1997);
  • Bully/Victim Questionnaire (BVQ; Olweus, 1986; 1996);
  • Self-Reported Bullying, Fighting and Victimization scale (Espelage & Holt, 2001).

Het nadeel van zelfrapportage is dat kinderen de neiging kunnen hebben sociaal wenselijk te antwoorden of dat zij zich niet bewust zijn van hun eigen onwenselijke gedrag.

'Peer' nominatie

Een voorbeeld van een instrument waarmee groepsgenoten elkaar aanwijzen is het Peer Nomination Instrument (Crick & Grotpeter, 1995) voor kinderen van negen tot twaalf jaar. Hierbij moeten kinderen uit een lijst van groepsgenoten kiezen welke drie kinderen het meest voldoen aan een bepaalde omschrijving. De vraag is bijvoorbeeld wie van de kinderen in de klas het aardigste of het gemeenste is. Het nadeel van peer nominatie is dat sociale druk van invloed kan zijn op de antwoorden. Ook kunnen recente gebeurtenissen, zoals een eenmalige ruzie op het schoolplein, effect hebben op de nominaties. In dat geval zijn ze geen goede afspiegeling meer van stabiele trends of typische interactiepatronen in een groep.

Een ander middel is het sociogram. Een sociogram geeft inzicht in de groepsstructuur. Het laat zien wie populair zijn in een groep en wie buiten de groep vallen. Kinderen krijgen de vraag met wie zij het liefst omgaan en met wie zij het minst graag omgaan. Vervolgens wordt dit in een schema weergegeven. Dit biedt aanknopingspunten om met een groep in gesprek te gaan en relaties te verbeteren.

Rapportage door leerkrachten

Een veelgebruikte vragenlijst voor leerkrachten is de Agressive Behavior-Teacher Checklist (Dodge & Coie, 1987). Zo'n vragenlijst kan nuttig zijn om aanvullende informatie te verzamelen over observeerbaar gedrag. De uitkomst hangt sterk af van de mate waarin een leerkracht zich bewust is van sociale nuances en van zijn bereidheid om in te grijpen. Daarnaast gebeurt pesten vaak achter de rug van een leerkracht om. Zowel dader als slachtoffer zijn geneigd om het pesten verborgen te houden voor de leerkracht.

Bronnen

  • Crick, N.R. & Grotpeter, J.K. (1995). Relational aggression, gender, and social-psychological adjustment. Child Development, 66, 710-722.
  • Dodge, K.A. & Coie, J.D. (1987). Social information-processing factors in reactive and proactive aggression in children’s peer groups. Journal of Personality and Social Psychology, 53, 1146-1158.
  • Espelage, D.L. & Holt, M.K. (2001). Bullying and victimization during early adolescence: peer influences and psychosocial correlates. Journal of Emotional Abuse, 2, 123-142.
  • Griffin , R.S. & Gross, A.M. (2004). Childhood bullying: current empirical findings and future directions for research. Aggression and Violent Behavior, 9, 379-400.
  • Olweus, D. (1986). The Olweus Bully/Victim questionnaire. Bergen, Norway: University of Bergen.
  • Olweus, D. (1996). The revised Olweus Bully/Victim Questionnaire. Bergen, Norway: Research Center for Health Promotion (HEMIL Center), University of Bergen.
  • Rigby, K. (1997). The Peer Relations Assessment Questionnaire. Point Lonsdale: Professional Reading Guide.
  • Rigby, K. & Slee, P.T. (1993). The Peer Relations Questionnaire. Point Lonsdale: Professional Reading Guide.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.