Wat werkt bij gedragsproblemen?

Hoe kun je gedragsproblemen en gedragsstoornissen voorkomen of verminderen, samen met ouders, kinderen en mensen in hun omgeving? Welke interventies zijn geschikt? En welke aanpak helpt niet en kun je daarom beter niet kiezen?

Interventies

Voor het voorkomen en verhelpen van gedragsproblemen en -stoornissen bestaan veel interventies. Bij ernstige gedragsproblemen en gedragsstoornissen zijn intensieve interventies nodig.

Bekijk het overzicht van erkende interventies bij gedragsproblemen. Welke je het beste kunt kiezen, hangt af van de leeftijd van de jongere en de ernst van de problemen. Gebruik bij je keuze de werkkaarten van de richtlijn Ernstige gedragsproblemen.

Wat werkt?

Bij kinderen tot 12 jaar kun je het beste kiezen voor ouderinterventies die gericht zijn op opvoedingsvaardigheden waarmee ouders het gedrag van het kind positief kunnen beïnvloeden.

Daarnaast kun je bij kinderen van 8 tot 12 jaar ook gedragstherapeutische interventies gebruiken als de gedragsproblemen al ernstig zijn of als de ouderinterventie onvoldoende resultaten oplevert.

Bij kinderen vanaf 12 jaar zijn interventies geschikt die gericht zijn op het sturen van hun eigen gedrag, zoals een cognitief-gedragstherapeutische training in zelfcontrole en agressieregulatie.
Bij ernstige gedragsproblemen en gedragsstoornissen heeft een combinatie met een gezinstherapie of een multisysteemtherapie het meeste succes.

Bij kinderen en ouders met een licht verstandelijke beperking (lvb) kun je kiezen voor interventies die speciaal voor deze doelgroep zijn ontwikkeld. Je kunt ook een reguliere interventie inzetten, maar die dan wel aanpassen aan de licht verstandelijke beperking. Dat kan bijvoorbeeld door je taalgebruik te vereenvoudigen, kleinere stapjes te zetten en de oefenstof concreter te maken.

Wat werkt niet?

Uit onderzoek is bekend dat survivaltochten en programma's die gericht zijn op afschrikking en bestraffing geen effect hebben op gedragsproblemen. Dit soort programma's verbeteren misschien het sociaal functioneren van groepen, maar zorgen niet voor het verminderen van probleemgedrag van individuele jongeren. Programma's die bedoeld zijn om af te schrikken, hebben soms zelfs een licht averechts effect.

Foto Danielle de Veld