• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Depressie

Wat werkt?

Stemmingsproblemen zijn te voorkomen door de oorzaken in een vroeg stadium van de ontwikkeling van kinderen weg te nemen. Zijn er al problemen dan is het van belang ze gericht aan te pakken. Gebeurt dat niet, dan kunnen stemmingsproblemen veranderen in stoornissen.

Voorkomen van stemmingsproblemen

Universele preventie is gericht op de hele bevolking. Het doel hiervan is de invloed van risicofactoren te verkleinen. Vaardigheidstrainingen waarin kinderen sociale en emotionele vaardigheden leren en met problemen leren omgaan, zijn hiervan een voorbeeld. Leerkrachten kunnen zulke trainingen geven in de klas.
Selectieve preventie is gericht op kinderen en jongeren die een verhoogd risico lopen op stemmingsproblemen, bijvoorbeeld kinderen van ouders met een psychische stoornis. Deze interventies hebben meestal een cognitief-gedragstherapeutische basis en kunnen oudertrainingen, gezinsinterventies of groepstrainingen zijn.

Problemen verminderen

Interventies die gericht zijn op het verminderen van stemmingsproblemen vallen onder 'geïndiceerde preventie'. Deze vorm van preventie is bedoeld voor kinderen en jongeren die angst- of stemmingsproblemen hebben maar (nog) niet voldoen aan de criteria voor een stoornis. De interventies bestaan meestal uit cognitief-gedragstherapeutische groepscursussen.

Waakzaam afwachten

Bij milde vormen van depressie - zonder tekenen van suïcidaliteit of psychotische kenmerken - treedt vaak spontaan herstel op. Als de therapeut dit spontane herstel verwacht, of als het kind of de jongere niet openstaat voor behandeling, is 'waakzaam afwachten' een optie. Wanneer de depressie na vier weken waakzaam afwachten nog aanwezig is lijkt behandeling in de vorm van niet-specifieke ondersteunende psychotherapie raadzaam. Vaak is actief luisteren, steun geven of het kind of de jongere helpen met het oplossen van problemen voldoende.

Psychotherapie: beste keuze

Voor middelmatige tot ernstige depressies, of voor mildere vormen van depressies die niet overgaan met ondersteunende behandeling, is psychotherapie de eerste keuze. In de praktijk zijn de beste ervaringen opgedaan met cognitieve gedragstherapie en interpersoonlijke therapie.

Antidepressiva: ontraden

Bij ernstige depressies kan (aanvullende) behandeling met antidepressiva nodig zijn. Over de werkzaamheid en mogelijke bijwerkingen van antidepressiva bij kinderen en jongeren bestaat echter nog veel onduidelijkheid. Wel is bekend dat het gebruik van antidepressiva het risico op suïcidaal gedrag en vijandigheid kan vergroten. Daarom ontraadt het Nederlands College ter Beoordeling van Geneesmiddelen het gebruik van antidepressiva voor de behandeling van kinderen en jongeren onder de 18 jaar.

Continuerende behandeling

Omdat depressies een terugkerend karakter hebben, is het belangrijk om de behandeling nog zes tot twaalf maanden voort te zetten nadat een verbetering is opgetreden. Dit wordt een 'continuerende behandeling' genoemd. Voor kinderen en jongeren met een ernstigere, terugkerende en chronische stoornis kan daarnaast nog een vorm van 'onderhoudsbehandeling' nuttig zijn.

Depressie met andere psychische stoornissen

Comorbiditeit wordt gezien als een factor die depressie kan veroorzaken of in stand kan houden, maar ook als factor die de resultaten van een behandeling kan beïnvloeden. Er is weinig literatuur beschikbaar over wat werkt bij depressie en comorbide stoornissen. De literatuur die er is, geeft geen eenduidig beeld over de manier waarop depressie en comorbide stoornissen aangepakt dienen te worden en welke invloed de comorbide stoornis op de behandeling van depressie heeft. De richtlijn depressie geeft aan dat een geprotocolleerde behandeling flexibel van aard moet zijn om de comorbide problemen adequaat aan te pakken. Een combinatie van psychosociale interventies als cognitieve gedragstherapie (CGT) en farmaceutische behandeling lijkt de beste resultaten te geven.

Meer informatie

Meer informatie over medicatie en psychologische behandelvormen bij depressie is ook te vinden op de site van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Vragen?

Erik Jan de Wilde is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.