• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kindermishandeling

Wet- en regelgeving

Wet verplichte meldcode

Op 1 juli 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in werking getreden. De wet bepaalt dat organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, sport, jeugdzorg en justitie een meldcode moeten hebben én het gebruik ervan moeten bevorderen. De meldcode is een stappenplan waarin staat hoe bijvoorbeeld een huisarts, kinderopvangmedewerker, leerkracht of hulpverlener moet omgaan met het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Meer informatie over de meldcode vindt u elders in dit dossier.

Verbod op gebruik van geweld in de opvoeding

In april 2007 is in artikel 247 van het Burgerlijk Wetboek een bepaling toegevoegd die gebruik van lichamelijk of geestelijk geweld of enige andere vorm van vernedering tegen kinderen in de opvoeding afkeurt.

Wet tijdelijk huisverbod

Sinds 1 januari 2009 bestaat de 'Wet tijdelijk huisverbod' voor preventie en aanpak van huiselijk geweld. Die wet houdt in dat een pleger van huiselijk geweld tien dagen lang zijn woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner en kinderen. De tien dagen zijn bedoeld als afkoelingsperiode én een periode waarin hulp in gang gezet moet worden voor het hele gezin. Als de pleger niet bereid is hulp te accepteren of de hulp aan slachtoffer en kinderen belemmert, kan het huisverbod verlengd worden tot maximaal vier weken. Het huisverbod kan ook worden opgelegd in situaties van (dreigende) kindermishandeling.
Meer informatie over het huisverbod vindt u op de website over huiselijk geweld van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Wet voorwaardelijke sancties

Naast de ‘Wet tijdelijk huisverbod’ geeft de 'Wet voorwaardelijke sancties' mogelijkheden om de plegers van huiselijk geweld aan te pakken. Volgens de 'Wet voorwaardelijke sancties' die op 1 april 2012 in werking is getreden, kunnen in het vonnis zorgvoorwaarden worden opgenomen, zoals klinische behandeling, ambulante behandeling en begeleid wonen en gedragsbeïnvloedende voorwaarden, zoals deelname aan een gedragsinterventie. Indien de pleger zich niet houdt aan de voorwaarden kunnen het Openbaar Ministerie en de reclassering snel ingrijpen, de pleger laten aanhouden en in (voorlopige) hechtenis laten nemen in afwachting van het proces. Meer informatie over de 'Wet voorwaardelijke sancties' vindt u in de factsheet uitgegeven door het ministerie van Veiligheid en Justitie en op de website Overheid.nl.

Wetboek van Strafrecht

Verschillende artikelen in het 'Wetboek van strafrecht' zijn van belang voor de strafbaarheid van kindermishandeling.

Relevante artikelen Wetboek van strafrecht

Boek Titel Artikelen
1 I. Omvang van de werking van de strafwet 5 en 5a
1 VIII. Verval van recht tot strafvordering en van de straf 70 en 71
2 XIV. Misdrijven tegen de zeden 239 - 253
2 XV. Verlating van hulpbehoevenden 255 - 260
2 XIX. Misdrijven tegen het leven gericht 290 - 292
2 XX. Mishandeling 300 - 305

De teksten van genoemde artikelen vindt u op de website Overheid.nl.

Mishandeling in instellingen

Voor enkele beroepsgroepen is wettelijk vastgelegd welke actie een instelling moet ondernemen als er een vermoeden rijst dat een medewerker een kind mishandelt of seksueel misbruikt.

Wetsartikelen mishandeling in instellingen

Sector Wet Artikel
Jeugdzorg Jeugdwet artikel 4.1.8
Zorgsector Kwaliteitswet zorginstellingen artikel 4a
Primair onderwijs Wet op het primair onderwijs artikel 4a
Voortgezet onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs artikel 3
Beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.8
Expertisecentra Wet op de expertisecentra artikel 4a

Veilig Thuis ondergebracht in Wmo

Veilig Thuis (het advies- en meldpunt kindermishandeling en huiselijk geweld) valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Er is niet gekozen voor opname in de Jeugdwet  omdat een advies- en meldpunt, bedoeld voor de hele bevolking, beter onder gebracht kan worden in een wet die bedoeld is voor alle burgers. In de Jeugdwet staat wel de samenhang tussen het Veilig Thuis en de jeugdketen beschreven. Bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) worden er nadere regels gesteld voor de vereiste deskundigheid binnen het Veilig Thuis en over de werkwijze van het Veilig Thuis.

Internationaal

VN-Verdrag rechten van het kind

Het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties is opgesteld in New York op 20 november 1989 en voor Nederland in werking getreden op 8 maart 1995. Voor de bestrijding van kindermishandeling en de verantwoordelijkheid van de overheid bevat het verdrag een aantal artikelen, waaronder artikel 4, 5, 6, 18, 19 en 27. In maart 2011 heeft het VN Kinderrechtencomité het 'General comment' nummer 13 over artikel 19 van het Kinderrechtenverdrag aangenomen. Deze 'General comment' bevat onder meer een overzicht van alle maatregelen die landen moeten nemen om kinderen tegen alle vormen van kindermishandeling te beschermen. Het verdrag en informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.

VN-Vrouwenverdrag

Het 'Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens vrouwen', vaak aangeduid als 'het VN-Vrouwenverdrag', is door Nederland ondertekend. Dat betekent dat Nederland moet zorg dragen voor beleid en wetgeving om de mensenrechten en fundamentele vrijheden van vrouwen en meisjes te waarborgen. Het verdrag gaat niet expliciet over geweld tegen vrouwen. Wel is geweld tegen vrouwen en meisjes een vorm van discriminatie en moet daarom bestreden worden. Dat vindt het 'Committee on the Elimination of Discrimination Against Women', dat toeziet op de naleving van het VN-Vrouwenverdrag. Meer informatie over het verdrag vindt u op de website van Atria. Bij het verdrag hoort het facultatief Protocol bij de Convention of the Elimination of Discrimination Against Women (CEDAW). Dit protocol biedt vrouwen en meisjes die slachtoffer zijn van mensenrechtenschendingen de mogelijkheid om gehoord te worden door het CEDAW-comité.

Europees verdrag tegen seksuele uitbuiting

Met het Europese Verdrag inzake de Bescherming van Kinderen tegen Seksuele Uitbuiting en Seksueel Misbruik wordt ook aandacht gevraagd voor misbruik door ‘vertrouwde personen’ thuis en op school. Naast seksueel misbruik, kinderprostitutie en pornografie, richt de conventie zich op ‘grooming’ en sekstoerisme. Nederland is een van de landen die het verdrag geratificeerd hebben. De maatregelen zij samengevat in de folder Convention on the protection of children against sexual abuse.

Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.